Thrillerboekjes

° Blog °

Al zolang ik me kan herinneren, ben ik dol geweest op lezen. Thuis hadden wij een abonnement op de Disneyboeken en elke maand kwam er een nieuw boekje. (Ik denk dat daar ook mijn pakketjes-verslaving is begonnen.)

Op school kon je vroeger, volgens mij eens in het jaar, een boekenpakket bestellen. Uit mijn klas was ik vaak de enige, maar mijn ouders hebben het lezen altijd gestimuleerd. En ik vond het altijd leuk, want ik kreeg zelfs pakketjes op school. 😉

De eerste boeken die me goed kan herinneren en zelf kocht, waren de kleine pocketthrillers van Kluitman. Er zijn er een stuk of 30 en daarvan heb ik er één niet. (Heel jammer..)

Volgens mij ontdekte ik rond die tijd ook de serie Fear Street van R. L. Stine. Hij maakte ook de boeken van de bekende Kippenvelserie. Ook daar was een abonnement voor een reeks van tien hardcovers. En die hadden ook pocketboekjes.

Fear Street was een serie losstaande boekjes, die allemaal over dezelfde spookstraat gingen. Er gebeurde mysterieuze dingen en ze lazen heerlijk weg. Sommige boekjes daarvan bestonden uit meerdere delen en vooral de Cheerleaders serie vond ik helemaal geweldig. Het gekat onderling, de terugkerende personages.

Ook ben ik gek op horror en thriller, maar zowel in een boek als in een film moet er voor mij wel enige realiteit in het enge deel zitten. Wanneer een film me helemaal de stuipen op het lijf jaagt, maar aan het eind een vijfarmig monster blijkt te zijn, is de pret er voor mij af.

Maar erover lezen en naar kijken is toch nog een stuk makkelijker dan er zelf over schrijven. Het idee voor één van de nieuwe verhalen, wordt meer een psychologische thriller, maar ik wacht nog op mijn ‘mind-blowing plottwist’ om die uiteindelijk ook in het verhaal te kunnen stoppen.

Meestal komen die momenten op één van de onhandigste momenten. Zoals wanneer ik aan het autorijden ben en het zo keihard stortregent, dat ik echt niet even mijn telefoon kan pakken om naar mezelf in te spreken. (Niet dat ik dat anders zou doen uiteraard) Of onder de douche, wanneer ik overal schuimend sop heb zitten.

Voorlopig ben ik nog wel even zoet, want mijn pakketjes-verslaving valt goed samen met mijn verzamelwoede en ik heb nog een hoop te leen en te schrijven uiteraard!

Dood door schuld

° Verhaal °



Ik zie hem dreigend op me afkomen en ik weet dat ik in de val zit. Woest kijkt hij uit zijn ogen. Ik loop achteruit, maar voel het aanrecht tegen mijn rug aan. “En jullie maar je gelukkige leventje leiden. Zonder ooit maar één keer naar ons om te kijken. Ze lachte toen ze haar gelijk kreeg. Lachte gewoon” Hij schreeuwt de woorden uit en zijn ogen spuwen vuur. Haastig kijk ik om me heen in een poging weg te kunnen komen. Maar ik kan geen kant op. Hij komt steeds dichterbij. Hij heft de vaas boven zijn hoofd en uit een reflex knijp ik mijn ogen dicht, bang voor de pijn. Een felle pijnscheut gaat door me heen, terwijl ik de vaas hoor breken. Met een doffe klap val ik op de grond en ik voel de plakkerige, warme vloeistof op mijn hoofd zich in een rap tempo verspreiden. Het laatste dat ik zie voordat alles zwart wordt, zijn boze ogen. Ogen van iemand die er alles aan zou doen om gerechtigheid te krijgen voor de pijn die hem is aangedaan.

Eerder die avond

Gehaast pak ik mijn tas in. “Melanie, denk je aan je tijd?” roept mijn moeder van onderaan de trap. “Ja, ik weet het. Ik ben bijna klaar.” Ik vlieg de trap af en typ het adres in de navigatie van mijn telefoon in. Mijn moeder zit in haar werkkleding op de bank tv te kijken. Ze kijkt me onderzoekend aan. Ik glimlach naar haar, graai nog snel iets te eten mee en dan trek ik mijn jas aan. Het is voor oktober nog erg zacht buiten, maar ’s avonds koelt het hard af. “Weet je zeker dat ik je niet even moet brengen, lieverd? Ik moet toch zo weer naar het ziekenhuis”, vraagt ze. Ik ben bijna 18, maar soms behandeld ze me nog steeds als een klein kind. “Ja mam, ik weet het zeker. Het is vlakbij. En anders moet ik straks lopen, want dan ben je nog niet uitgewerkt” Ik geef haar een kus en pak mijn fiets uit de schuur.

Vanavond ga ik voor het eerst oppassen bij Finn. Finn is een eigenwijze peuter van drieënhalf. Elke zaterdagochtend komt hij met zijn vader Ruben, een krentenbol halen bij de bakker waar ik werk. Vorige week vroeg Ruben, enigszins gegeneerd, of ik een keer op wilde passen. Ze waren hier niet zo lang geleden naartoe verhuisd en kennen niet veel mensen. Omdat ik Finn een leuk mannetje vind en omdat ik het extra geld goed kan gebruiken, heb ik mijn telefoonnummer gegeven. Nog dezelfde avond, kreeg ik een appje of ik vanavond al zou kunnen. Hij wilde graag met vrienden wat gaan eten en zou het niet te laat maken. Ik stemde al snel toe.

Na een kleine tien minuten fietsen, zet ik mijn fiets tegen de hoge, witte muur van de zijkant van het huis. Doordat ik Finn al enthousiast hoor gillen binnen, weet ik dat ik goed zit. Springend en met een grote glimlach laat Finn me, in zijn pyjama, binnen. Ik hang mijn jas op en volg Finn de kamer in. Ruben staat in de keuken en lijkt zich een beetje ongemakkelijk te voelen. “Zo, klaar voor een echt mannenavondje?” vraag ik. “Ja, bijna. Het is één van de eerste keren sinds mijn vrouw Esmee is overleden. Dus het voelt wel een beetje gek.”
“Oh, wat erg. Dat wist ik niet. Is uw vrouw al lang overleden?”. Nu is het mijn beurt om me ongemakkelijk te voelen. “Ze is bij de geboorte van Finn overleden. Bijna vier jaar dus. Maar ik ben er nog elke dag mee bezig.”
De laatste zin zegt hij bijna boos. Ik sta zenuwachtig aan mijn haar te plukken. “Ja, dat begrijp ik. Wat erg voor jullie.”

Ik kijk meelevend om naar Finn. Die zit op een kleed, met zijn auto’s te spelen, in de woonkamer. Ruben volgt mijn blik. “Hij weet niet beter. Het is vooral mijn strijd. Maar het is heel zwaar.” “Dat geloof ik gelijk. Maar zo te zien doet u het hartstikke goed. Finn is hartstikke leuk en vanavond is hij in goede handen.” “Dank je.” Abrupt verandert hij het onderwerp. “Maar ik heb hier wat dingen opgeschreven over Finn zijn schema en de tv. Er ligt geld voor eten en de rest moet wel lukken.” Al pratend trekt hij zijn jas aan, hij geeft Finn vluchtig een kus en gaat dan weg.
Ik pak het briefje op het aanrecht en lees het door. Naast het briefje liggen verschillende folders van eettentjes. “Finn, kom eens. Wat wil je zo eten?” Finn komt de keuken ingelopen en kijkt ernaar. “Wat vind je lekker? Jij mag kiezen vandaag.” Glunderend van oor tot oor, en zonder enige twijfel, wijst hij naar de puntzak friet op de gele folder. “Frietjes!!” “Goede keuze! Dat vind ik ook heel lekker.” En hij rent alweer terug naar zijn auto’s. Ik bestel voor ons friet en verschillende snacks omdat ik niet weet wat Finn wil.

Tijdens het wachten laat Finn al zijn auto’s zien en wil hij graag liedjes zingen. Gelukkig gaat, voordat ik door mijn repertoire heen ben, de bel. De lekkere geur van het eten komt ons al tegemoet als ik de deur open doe. Finn staat achter mij hard te springen en te roepen. Nadat ik betaald heb, loop ik achter de overenthousiaste peuter aan. Finn zit al aan tafel als ik met de zak kom aangelopen. Ik verdeel het eten en pik een frietje. Voordat ik het in mijn mond kan stoppen wordt Finn boos en roept: “Nee! Je moet wachten! We moeten nog bidden.” Ik doe mijn best niet te lachen. “Oh, sorry. Ga jij maar bidden. Ik wacht op jou.” Finn sluit zijn ogen en vouwt zijn handjes samen. “Lieve God, dank u voor de frietjes en de frikandel. En dank je wel voor de nieuwe mama. Papa is bijna klaar met zijn spelletje. Amen.”
Beduusd kijk ik hem aan. Nietsvermoedend opent hij zijn ogen en kijkt me onschuldig aan. “Nu moet je ook amen zeggen. Ander is je eten niet lekker.” “Amen.” Finn valt aan op zijn bord en stil eet ik mijn eten ook op, terwijl het rare gebed door mijn hoofd spookt.

Na het eten, doen we nog een spelletje en maak ik Finn klaar om naar bed te gaan. Hij laat me zijn lievelingsknuffel zien en gaat daarna zonder protest zijn bed in. Al snel zit ik op de bank voor de tv. Wanneer ik in mijn tas geen oplader vindt voor mijn telefoon, baal ik. Twaalf procent. Ik loop naar de zwarte buffetkast en trek de bovenste la open. Alleen maar sleutels, muntjes en een hoop post. Net wanneer ik de la dicht wil doen, valt mijn oog op een foto. Ik haal de foto tussen de papieren uit en voel een rilling door mijn hele lijf. Dat ben ik! Waarom heeft hij een foto van mij. Met trillende handen, kijk ik verder in de la. Ik haal er een blanco envelop uit, die vol zit met foto’s en papieren. Ik zie mezelf en enkele krantenartikelen. Het zweet breekt me uit, wanneer ik de krantenkop lees. ‘Verloskundige vrijgesproken. Weduwnaar verlaat woedend de rechtszaal.’ Wanneer ik de foto van mijn moeder zie, valt bij mij alles op zijn plek en breekt de paniek uit. Ik ren naar mijn telefoon en bel haar op.
Voicemail.
“Mam, met mij. Dit is echt niet goed! Ik was aan het zoeken naar een oplader en toen zag ik dat hij een foto van mij had van voordat hij bij de bakker kwam. Die vader die jou voor de rechter sleepte. Dat is hij. Hij heeft alles bewaard? Wat moet ik doen? Waarom heeft hij dat?”

Ik verstijf wanneer de voordeur open gaat. Betrapt kijk ik naar Ruben en alle papieren voor mijn neus. Hij blijft in de deuropening staan met gebalde vuisten en zijn kaken strak op elkaar.
“Ophangen. Nu.”, beveelt hij. Ik slik de brok in mijn keel weg en doe wat hij zegt. “Door jouw moeder ben ik mijn vrouw kwijt. Ze heeft nooit haar excuses aangeboden. Zelfs niet in de rechtzaal. Ik heb gezworen dat ik haar kapot zou maken. Ik ben het verplicht aan Esmee. En dat ga ik ook doen. Hoe kan ik dat beter doen, dan iemand pijn te doen waarvan ze houdt. ” Hij pakt een vaas van de tafel. Ik zie hem dreigend op me afkomen en ik weet dat ik in de val zit…

° Verhaal °

Dagje ‘ontspannen’ deel 2

° Blog °

12:00

Precies om twaalf uur komen we aan bij Berendonck. Gelijk komt het rustgevende gevoel omhoog, wat ik ondanks het gestuiter in mijn hoofd, altijd krijg van de geuren van de sauna. Oh ja, en ik ruik bitterballen!

Het hoofdgebouw brengt je gelijk in de Oosterse sferen en ik vind het jammer dat er geen foto’s gemaakt mogen worden. Nou ja, voor de inrichting dan. Er liep niet iets rond waar ik nog een keer naar zou willen kijken, als ik niet in slaap kan komen ofzo. Andersom zou ik er ook niet op zitten te wachten dat iemand de mooie stenen olifant wil laten zien en ik daar als een soort trol op de achtergrond sta.

We zijn nog geen kwartier binnen of ik wil het al bijna uitgillen. Had ik mijn eerste personage in mijn hoofd platinablond gemaakt met een vrouwelijke kakstem, zie ik de perfecte ‘Kayleigh zo naast me onder de douche springen. Eerst dacht ik dat ze een nekkussen om had, maar bij nader inzien, zag ik dat haar borsten op de hoogte van haar schouders stonden. Ze had een zwarte knot op haar hoofd, die haar hele gezicht strak trok. Het enige wat daaruit sprong waren haar opgespoten lippen. Tja, toch fijn om te kunnen blijven drijven…

Kayleighs getinte huid (met mooie strakke buik en geen pukkeltje of krasje te zien) zat onder de tatoeages en ze leek me niet de persoon die hier komt om vriendelijk te lachen.

Kayleigh werd vergezeld door een soort opgeblazen rubberboot met een gezicht, die ook nog eens kon lopen. (En hele vreemde kreun/gilgeluiden maakte.) Hij zag er met zijn anabolenarmen bijna gevaarlijk uit, maar hij kon niet eens zijn eigen haren wassen. Een soort Ex on the beach meets Jersey Shore 2.0 XXL. Wat had het me leuk gekeken om hier een paar exen aan te laten spoelen in dit mooie vredige wellnessresort.

Schreeuwend over elkaars lelijke aura’s, terwijl je in lotushouding luistert naar de klankschalen en elkaar bekogeld met scrubzout. RTL, lezen jullie mee? Anyway, Kayleigh en haar opgepompte vriend Nigel zijn gevonden.

16:00

Ook mijn tweede personage heb ik gevonden. (De derde eigenlijk ook al, maar die moet ik zo nog even onsubtiel als ik ben, achtervolgen.) Personage twee, Lars is een mix geworden van drie verschillende mannen.

De eerste man is één van de weinige personen die hier in kleding mag rondlopen. Het is een goed uitziende, lichtelijk arrogante kakker. Zijn blonde haren glanzen en zitten altijd perfect in model. Hij voelt zich erg belangrijk en is druk. Altijd loopt hij te rennen en te vliegen, maar wanneer hij vrouwelijk schoon ziet, (tieten!) lacht hij zijn rechte, witte tanden bloot en laat de vrouwen in katzwijm achter.

Man twee is de man die mijn hamam verzorgde. Ook hij was gespierd, praatte op vriendelijke toon en kon (niet geheel onbelangrijk) goed masseren. Heerlijk zacht aaide hij met, te lekker ruikende, arganolie over mijn gezicht.

Is hier nog iemand die dat elke avond voor het slapen gaan, kan komen doen?

Nog net niet spinnend van genot, bedacht ik dat Lars ook een baan in die branche ging krijgen. Al is het maar om zijn chickies te kunnen scoren en na werktijd te zorgen voor (vooral zijn eigen) happy end. En man drie… Uhh ja die had ook spieren.

Na de hamam zijn we heel spontaan de, dacht ik panoramasauna ingelopen. Er ging iets plaatsvinden en de rustige Flip zei volkomen kalm dat er plek zat was voor iedereen.

Klopt… Maar door de corona-maatregelen mogen niet alle plaatsen gebruikt worden. En dat er dan zo’n schaapachtige Leonie alléén op een bankje voor twee personen gaat zitten, vind ik dan zacht uitgedrukt onprettig.

Flip sluit de deuren en vertelt dat we gaan mediteren met smoke en naturesounds. Bij het woord mediteren gaan bij mij al alarmbellen rinkelen. IK KAN DAT NIET!

Na een korte uitleg, lig ik daar met gesloten ogen (te zweten als een eskimo met een bontjas in de woestijn) te wachten op de ‘show’. De muziek gaat aan en ik zie Flip (ik heb gespiekt) met zijn schoteltje en veertje wapperend langs paraderen. De geur deed me het meest denken aan een aangebrand worstje op de barbecue.

En dan die klanken. Ook daardoor ging er niet direct een chillsignaal naar mijn bovenkamer. Ik dacht dat ik aan het luisteren was naar een klaarkomende Himalaya-geit die aangemoedigd werd, door zijn hijgende broertjes en zusjes.

17:30

Ik heb na dit heftige gebeuren even genoten van het zonnetje en de grote fontein voor me. Oh ja, er zitten vissen in. Ik geef zelf helemaal niets om vissen, maar iedereen die langs loopt, moet er even bij stilstaan, ernaar wijzen en benoemen dat het een vis is. Dus, bij deze.

18:00 Dinnertime! My favorite time of the day.

Wat de boer niet kent, dat vreet ie niet. Dat zit er bij mij na 31 jaar nog steeds in. En dat heb ik van mijn vader. Mijn zus en moeder zouden nog een stuk karton vreten, als het op Oosterse wijze is bereid. Ik ging veilig voor de saté en mijn zus koos voor een vegetarische tapasschotel. Na het eten kregen we een gezonde mocktail. Gemaakt met azijn in plaats van alcohol. De eerste slok, smaakte ook echt, zoals je verwacht dat azijn smaakt, maar nadat de vreemde schuimlaag weg was, was de rest best heel lekker.

Helemaal voldaan en toch wel een beetje uitgerust, reden we om 20:00 weer naar huis en heb ik de eerste corona-proof saunadag weer achter de rug.

Dagje ‘ontspannen’

° Blog °

Vandaag ga ik na maanden eindelijk weer een dagje naar de sauna met mijn zus. Eigenlijk zouden we 15 maart gaan. Maar doordat de corona toen rommelde, hebben we die verzet. En ’s avonds werd toen de boel op slot gegooid.

Na nog drie keer verzetten, konden we vandaag eindelijk wel gaan. En we hebben geluk met het weer! Dat betekent verbranden zonder strepen 😉

Maar om nou te zeggen dat ik lekker kan ontspannen op zo’n dag.. Mijn hoofd staat al-tijd aan. Wanneer iedereen weg ligt te zweten en eruit begint te zien als een uitgedroogde pruim, ben ik aan het bedenken waar mijn shirt van drie weken geleden is gebleven, waarom ik altijd de beste ideeën heb, wanneer ik het niet kan opschrijven en hoe het kan dat dat gepingel op iedereen behalve mij rustgevend werkt.

Nu ik veel meer bezig ben met schrijven, betekent dat ook dat mijn fantasie op die momenten overuren maakt. Zo heb ik de laatste keer een oud vrouwtje achtervolgd in het bubbelbad omdat zij de perfecte oma maakte voor mijn personage Mike en heb ik de nietsvermoedende man die zijn broodje op zat te eten, bestempeld als seriemoordenaar.

En vandaag heb ik weer een missie, want ik heb een nieuw plot bedacht voor een verhaal en daar heb ik vijf slachtoffers voor nodig.

De namen en karakters heb ik al deels bedacht, alleen hebben ze nog een hoofd en figuur nodig. Dus naast mijn flesje drinken, zonnebrand en badjas, loop ik ook gewapend rond met mijn notitieboekje.

Let the stalking begin!

We vallen gelijk met de deur(mat) in huis.

° Verhaal °

Het eerste verhaal dat ik met jullie wil delen gaat over een deurmat. Neem het niet te serieus, dat is ook niet de bedoeling.

Het valt niet mee om een deurmat te zijn

Mijn leven is zo mooi begonnen. Samen met hele families vanuit China op verrassingsvakantie naar een onbekende bestemming. De doos waar mijn familie en ik in terecht kwamen, eindigde in de Xenos in Nederland. In Utrecht om precies te zijn. Maar daar werd het leven al heel snel verschrikkelijk.
Heb je daar weleens over nagedacht? Nee hè? Je denkt ook alleen maar aan jezelf. Maar ik zal je horizon verbreden en je vertellen, waarom ik nu een dakloze deurmat aan de antidepressiva ben.

Zoals ik net al vertelde, kwam ik samen met mijn broertjes en zusjes in de Xenos terecht. Met de tekst: ‘All you need is love… and a cat’ op mij gedrukt, dacht ik het goed voor elkaar te krijgen. Maar niets was minder waar.

Allereerst is die periode er, voordat je gekocht wordt. Mensen kleineren je, noemen je duur, lelijk, te groot of nutteloos. Je wordt als een goedkope hoer aangeraakt, op de grond gegooid, dubbel gevouwen en gescheiden van familie. Ik kwam terecht in de bak met een grote sticker ‘35% korting’ erboven en dat was al een best een deuk in mijn zelfvertrouwen.

Tot daar mijn toekomstige eigenares aan kwam lopen. Ze had lange blonde haren en een heel lief gezichtje. Voorzichtig pakte ze me uit de bak en plukte de stukjes vuil tussen mijn haren uit. Met een zachte stem zei ze: Ah, die is leuk! Die vinden de katten vast leuk.” Ik zag het al helemaal voor me hoe ik de hele dag spinnende katten op me had liggen slapen en als een tweede baasje voor ze zou zijn.

Nee! Word ik buiten neergegooid! Ik heb niet eens een kijkje mogen nemen in mijn nieuwe huis en ik was er zo dichtbij. De eerste nacht was nog wel een beetje onwennig. De buurmat naast mij, bleek nogal chagrijnig en aan zijn conditie te zien, lag hij daar al even. Hoe dan ook, hij zat helaas niet te wachten op een goed gesprek en ik voelde me eenzamer dan ooit. De halve nacht heb ik wakker gelegen en gehoopt goed in de straat te passen, tot ik om 6:15 wakker schrok van een schoenmaat 45 bovenop me. Ik zag dat het de krantenbezorger was en wilde hem een welkom gevoel geven, maar hij keek niet eens naar me om.

Ik ging recht liggen en begon zacht te snikken. De buurmat naast me, moet daarvan wakker zijn geworden. Hij bromt: “Wen er maar aan. Het gaat niet veel beter worden.”
“Oh sorry, ik wilde je niet wakker maken. Ik mis gewoon mijn broertjes en zusjes.”
“Nee, je maakte me ook niet wakker. Ik moet zo weer aan de slag, dus mijn wekker ging al iets eerder. Eerst gaat zo de man des huizes op zijn hardloopschoenen met een sprintje over me heen. En anderhalf uur later zijn de vrouw met hun zes kinderen aan de beurt. Ja, die mensen blijven in beweging. Ik ben allang blij dat ik het matras niet ben.”
“En bij mij? Wat moet ik verwachten?”
“Bij jou is ze maar alleen, maar ze draagt wel hakken waar je u tegen zegt. Jouw voorganger ging niet zo lang mee. Na een half jaar had hij de gaten in zijn lijf staan en lag hij al bij het oud vuil. Oh sst, daar komt iemand.”

Naast me zwaait de voordeur open en komt een atletische man naar buiten gestapt. Een paar seconden later gaat achter mij ook de deur open en zie ik de blote benen van mijn blonde vrouwtje. “Ga maar snoetje, het is maar een nieuwe mat. Oh goedemorgen buurman”, giechelt ze. “Goedemorgen Claire. Vanmiddag een kopje koffie doen?”
Claire, zo heet ze dus. Ze heeft zichzelf niet eens fatsoenlijk voorgesteld. Claire bukt voorover om de kat te aaien en ik zie dat ze geen bh aanheeft. Dit doet ze vast met opzet!
“Dat lijkt me gezellig, Henk. Ik werk thuis vandaag. Wat dacht je van na de lunch?”
“Is goed, ik moet nu gauw rennen.”
En weg is Henk. Ook Claire gaat weer terug naar binnen. Verbaasd blijf ik achter. “Dat komt regelmatig voor hoor. Die vent van mij vindt zes kinderen blijkbaar niet genoeg.”

Ik voel een nat neusje tegen mijn haren kriebelen en kijk zo in de grote, groene ogen van een kat. “Hey poes, poes, poes!” roep ik enthousiast, maar het poezebeest moet zich een ongeluk zijn geschrokken en sprint hard weg, richting de bosjes.

Overal in de straat, zie ik buurmatten hun best doen om de baasjes tevreden naar hun werk te laten gaan. Steeds meer matten stellen zich voor en waarschuwen me voor de hoge hakken van het vrouwtje en de nagels van de katten.
De buurmat heeft zijn werk er na 8:30 voorlopig weer opzitten. Een hele massa voetjes liep daar niet lang geleden overheen te denderen en ik begin te begrijpen waarom hij zo’n taaie is.

Achter mijn voordeur blijft het nog angstvallig stil. Maar dan bedenk ik me dat Claire zei dat ze thuis moest werken en ik misschien zelf de rest van de dag ook wel vrij ben. Ik ontspan en neem mijn nieuwe omgeving goed in me op.
Even na lunchtijd komt inderdaad de buurman aanbellen en alsof hij het expres doet, loopt hij bovenop me te stampen voor hij naar binnen gaat. Rotzak!
Het kopje koffie zal wel heel heet geweest zijn, want na drie uur gaat hij pas weer weg. Wanneer hij naar buiten wil stappen, verschuif ik en ligt hij bijna op zijn snufferd. Hij schopt me terug tegen de deur en ongemakkelijk stapt hij bij zichzelf naar binnen.
De rest van de dag is het weer stil. Geen postbode die langs komt, hooguit wat kattenpootjes.
Die katten weten ook echt niet wat ze willen. En of het er nou zoveel zijn of dat dezelfde steeds over me heen rende, weet ik nog niet, maar wat een draaitollen zijn die beesten.

De volgende dag maak ik helaas wel kennis met de hoge hakken. Ik kan me voorstellen dat mijn voorganger daar niet gelukkig van werd. Maar ik neem mezelf voor om daar niet te erg tegenop te zien, omdat ik daar nou eenmaal voor ben meegenomen. Het heeft geregend en ik heb te doen met de buurmat. Alle twaalf de kinderpootjes moeten goed geveegd worden voor ze naar binnen mogen. Hij zal er beurs van zijn.

Maar gelukkig komt na regen zonneschijn. Claire draagt gelukkig niet elke dag hakken en eigenlijk begin ik bijna een beetje van haar te houden. Ze is mooi en vrolijk en ondanks dat haar slipje dat niet zit, zit haar hart op de goede plaats.
De weken die volgen, weet ik de hakken goed te incasseren en de katten zijn niet meer bang voor me. Ik ben er inmiddels achter dat het er twee zijn, maar dan met gespleten persoonlijkheden. Ze zijn best lief en na een lange dag komen ze me soms masseren. Ik denk dat het Thaise katten zijn, want het gaat er soms best hard aan toe.

Maar ik heb helaas geleerd dat niemand te vertrouwen is. Op een dag lag ik heerlijk te genieten van de zon, tot ik ineens door Claire wordt opgepakt. Ze heeft een vreemde blik in haar ogen en voor ik het wist, werd ik keihard tegen de muur gesmeten. Ik schreeuwde het uit, kromp ineen, maar ze sloeg alleen maar harder.
Daarna werd ik weer teruggelegd.
Van alle liefde die ik opgebouwd had en het zelfvertrouwen was niets meer over. Buurmatten hebben het gezien, maar hebben geen actie ondernomen. Ik voelde me verraden en diep ongelukkig.

Ik denk dat de depressie toen is begonnen. Ik voelde me geïsoleerd en had niemand meer om mee te praten. Ik vertrouwde ook niemand meer.
Door de stress, kreeg ik haaruitval en al snel zat ik onder de kale plekken. Wanneer Claire met haar rothakken aan kwam lopen, hoopte ik alleen maar dat ze haar enkel zou breken en niet meer mocht lopen.

Het was genoeg geweest. Ik moest hier weg. Zodra de eerste storm kwam, nam ik me voor om ervandoor te gaan. Met de eerste de beste windvlaag, waaide ik weg. Steeds een beetje verder van mijn, eens zo vertrouwde, huisje vandaan.

En hier lig ik dan in een steeg. Met veel meer spullen van ondankbare mensen. We hebben gelukkig troost aan elkaar, maar hebben het allemaal zwaar. We hebben geen doel meer en zitten allen zwaar aan de antidepressiva.

Helaas kan ik het niet over doen. Maar als ik terug kijk op al deze gebeurtenissen van mijn leven, denk ik dat ik wel weet wat ik verkeerd heb gedaan…

Ik heb veel te vaak over me heen laten lopen.